Hertaling
[origineel]In het jaar vijftienhonderd zestig werd te Veere in Zeeland een man genaamd Joost Joosten gevangengenomen op verdenking van de wederdoop. Hij was een eenvoudig man, zonder leeropleiding, maar zo overtuigd van wat hij had leren geloven dat geen marteling hem ervan kon afbrengen.
[origineel]De overheid liet hem zwaar ondervragen. Het proces strekte zich uit over verschillende dagen. Toen pijn niet hielp, beproefde men hem met beloften en met dreigingen — beide tevergeefs. Hij bleef bij zijn belijdenis dat de doop slechts geldt waar geloof voorafgaat.
❦
[origineel]Uit de Martelaarsspiegel valt op te maken dat zijn dood niet een spektakel werd, zoals dat in de grote steden werd opgevoerd, maar een stille terechtstelling in een havenstadje. Voor zijn gemeente was het verlies des te dieper.
Aangehaalde plaatsen Mat 28:19 · Hand 8:36-38