Martelaarsspiegel Van Braght · 1685

Register· 16ᵉ eeuw· sacramentariër

Weynken Claesdochter

Den Haag, 20 november 1527

Eerste vrouwelijke martelaar in de Nederlanden


Jan Luyken, Verbranding van Leonard Kayser te Schärding, 1527.
Tijdsverwante prent Jan Luyken, Verbranding van Leonard Kayser te Schärding, 1527.
Eeghen 705. Geen directe Luyken-prent voor Weynken in de Eeghen-collectie.

Hertaling

[origineel]In het jaar onzes Heren vijftienhonderd zeven en twintig, op de twintigste dag van november, werd te Den Haag in Holland een godvruchtige vrouw uit Monnickendam ter dood gebracht door het vuur. Zij heette Weynken, dochter van Claes, en was de eerste vrouw in de Nederlanden die om het geloof haar leven liet.

[origineel]Toen het Hof van Holland haar voor het laatst ondervroeg over haar opvattingen aangaande het sacrament des altaars, en haar voorhield dat zij die kon herroepen om haar leven te sparen, antwoordde zij rustig dat zij niet kon spreken tegen wat zij in de Schrift gelezen had. De rechters hielden vol, maar zij week niet.

Indien ik bij mijn ware verstand ben — gelijk ik dit thans ben — zal ik mij niet bekeren.

— Weynken voor het Hof van Holland, november 1527

[origineel]Op de dag van haar terechtstelling werd zij naar het schavot geleid, in stilte en zonder klacht. Toen men haar de gebruikelijke biecht aanbood, weigerde zij die: niet uit hoogmoed, schreef Van Braght, maar omdat zij haar troost reeds bij Christus zelf gevonden had. Zij werd aan de paal gebonden en met het zwaard gedood, waarna haar lichaam op de brandstapel werd gelegd.

[origineel]Haar dood werd in dezelfde maand bekend onder de gemeenten van Amsterdam, Hoorn en Monnickendam, en al spoedig in heel het land. Voor de jaren die volgden — waarin honderden vrouwen en mannen om vergelijkbare overtuigingen ter dood werden gebracht — geldt zij in de Martelaarsspiegel als de opening van een lange rij.

Aangehaalde plaatsen Mat 10:28 · Hand 5:29 · Joh 6:35 · 1 Kor 11:23-26

Origineel

Diplomatisch transcript naar Van Braght, editie 1685, deel II, p. 8–9. Lange-s genormaliseerd; alinea-indeling volgt de bron.

In den Iare ons Heeren M.D.XXVII [p. 8] op den twintighsten dagh van Novembri, is binnen 's Graven-Hage in Hollandt, door het vyer omghebracht, een seer godtvruchtige vrouwe, ghenaemt Weynken, dochter van Claes, woonende tot Monnickendam: ende was de eerste vrouwen-persoon, die in dese Nederlanden, om het Evangelium, haer leven heeft moeten laten.

Doen het Hof van Hollandt haer ten laetsten ondervraeghde van hare meeninghe aengaende het Sacrament des Altaers, ende haer voorhielt dat sy de selve mochte herroepen, op dat sy het leven behouden soude, antwoordde sy met stille stemme, dat sy niet en konde spreken teghen 't gene sy in de Schriftuere ghelesen hadde.

Op den dagh haerder rechtinghe is sy naer 't schavot gheleydt, in stilte ende sonder klachte. Doen men haer de ghewoonlicke biechte aen-bood, heeft sy de selve gheweyghert: [p. 9] niet uyt hooghmoedt, schrijft Van Braght, maer om dat sy haren troost alreede by Christo selve ghevonden hadde.