Hertaling
[origineel]In het jaar vijftienhonderd vier en veertig werd te Delft een meisje van veertien jaar ter dood gebracht omdat zij weigerde haar geloof af te zweren. Haar naam is in Van Braghts verslag niet bewaard. Wel weten we dat zij doopsgezind was, dat zij voor het stadsbestuur stond zonder te beven, en dat zij niet wilde herroepen wat zij had leren belijden.
[origineel]Haar standvastigheid maakte indruk op wie haar veroordeelden. Tot het laatst sprak zij rustig, en met de woorden van de Schrift in de mond. Zij werd in een vat verdronken, gelijk men in die jaren met vrouwelijke wederdopers placht te doen.
❦
[origineel]Voor de Martelaarsspiegel staat zij naast de oude vader Polycarpus en de jonge Pelagius: een getuige aan het ene uiterste van de leeftijd, die laat zien dat de bron van standvastigheid niet in jaren ligt.
Aangehaalde plaatsen Mat 18:6 · Mat 19:14