Hertaling
[origineel]In het jaar vijftienhonderd negen en zestig werd Dirk Willems van Asperen, doopsgezinde, gevangengenomen en in het Asperense kasteel opgesloten. Tijdens zijn gevangenschap wist hij zich uit zijn cel los te maken en uit het kasteel te ontsnappen. Hij vluchtte over een bevroren water — Van Braght schrijft over een ijs — toen één van zijn bewakers hem achterna zette.
[origineel]De bewaker zakte door het ijs. Op het punt om te verdrinken, riep hij Willems aan. En Willems, die ontkomen was, keerde op zijn schreden terug. Hij trok zijn vervolger uit het water en redde hem het leven. Daarna werd hij andermaal gegrepen.
Indien iemand mij wil volgen — die verloochene zichzelve, en neme zijn kruis op zich, en volge mij.
— gehoord uit Mattheüs 16:24, in zijn proces aangehaald
❦
[origineel]De drost van Asperen was niet bewogen. Het stadsbestuur, gebonden aan de keizerlijke plakkaten, sprak het oordeel uit. Willems werd op 16 mei van datzelfde jaar buiten de poort van Asperen op de brandstapel gebracht. De wind dreef de vlammen niet zoals het hoorde — getuigen vertelden later dat zijn doodstrijd langer duurde dan zelfs de scherprechter wenste. Tot op het laatst riep hij dat hij stierf voor een geloof dat hij niet kon laten vallen.
[origineel]In de Martelaarsspiegel staat zijn redding van zijn vervolger in één ets vastgelegd: één van de bekendste prenten uit het hele werk. Voor Van Braght was dit moment méér dan een biografische bijzonderheid — het toont in beeld wat het Evangelie aan de wereld vraagt: de naaste lief te hebben, ook wanneer die naaste je vijand is.
Aangehaalde plaatsen Mat 5:44 · Mat 16:24 · Rom 12:20